geschiedenis

Van groot cultureel belang zijn de tuinen en het park, ontworpen in nauwe samenhang met het huis: een geometrische aanleg die in oorsprong nog dateert uit de zeventiende eeuw, met aansluitend een romantisch deel uit de achttiende eeuw. Samen vormen ze één van de belangrijkste historische tuinen van ons land.

Eigenaar Jacob Boreel liet het huis in 1755 vergroten en tegelijkertijd een nieuw achterpark aanleggen. De uitbreiding van de buitenplaats werd ontworpen door Johann Georg Michael (1738-1800), een van de leidende tuinarchitecten in deze tijd. Hij experimenteerde, onder Duitse en Engelse invloed, met de aanleg van een zogenaamde landschapstuin. Typisch zijn de ‘natuurlijke’ kronkelpaden, bloemdragende heesters, waterpartijen, weiden en romantische bouwsels (follys). Naar wordt aangenomen gaat het om de eerste landschapstuin in ons land.

De tuinen van Beeckestijn kenmerken zich door een grote gevarieerdheid. Deskundigen onderscheiden in de overgangsgebieden van het ‘Franse’ naar het ‘Engelse’ deel wel zes stijlvormen. Bijzonder zijn ook de slangenmuren, waarachter een kruidentuin en een pluktuin met vaste planten schuil gaan. Bezienswaardig is ook de berceau (een loofgang). Langs de noordkant van de tuinen loopt de langste eikenlaan van Europa. Met de aanleg van een kersenboomgaard en een bloemenwaaier is in 1997 een begin gemaakt met de restauratie volgens het ontwerp van Michael.

Van de originele bijgebouwen in de tuinen is alleen de neogotische Kapelwoning bewaard gebleven. De tuinmanswoning, kluizenaarshut, menagerie en oranjerie zijn verdwenen. De oude ijskelder in het bos wordt tegenwoordig bewoond door een vleermuizenfamilie. Van de imposante colonnade, die het einde van de kenmerkende zichtas op de westelijke grens van de tuin markeerde, zijn alleen de fundamenten terug gevonden.

Natuurmonumenten heeft de intentie de tuinen verder te restaureren en waar mogelijk terug te brengen in de oude stijl. De Vrienden van Beeckestijn bepleiten al jaren een volledige reconstructie, zodat ook het korenveld, de moestuinen en het dwaalbos (doolhof) terugkomen. Een herbouw van een oranjerie en menagerie staan ook op het wensenlijstje.

-0-

 

In de Nieuwsbrief van de stichting Vrienden van Beeckestijn is eerder een serie over de tuinen van Beeckestijn gepubliceerd. De artikelen zijn geschreven door Diet Hannessen, niet alleen afgestudeerd aan de Hogere Tuinbouwschool maar ook enthousiast tuinvrijwilligster op de buitenplaats. De verhalen zijn hier nog na te lezen.