Vriendenvoorzitter Veltman blijft bezorgd

Aan het begin van de raadsvergadering over Beeckestijn gisteravond kreeg Vriendenvoorzitter John Veltman drie minuten (in)spreektijd. Hij blijft bezorgd over de naleving van de verkoopvoorwaarden en over de mate waarin zijn stichting bij de selectie van kandidaten wordt betrokken.

De letterlijke tekst die John Veltman gisteravond uitsprak:
 
Geachte raadsleden,

U heeft  maandag een afschrift ontvangen van een brief gericht aan het college, waarin de Vereniging Hendrick de Keyzer, Landschap Noord-Holland en Natuurmonumenten via de vrienden van Beeckestijn te kennen geven de buitenplaats te willen verwerven en exploiteren. Deze combinatie staat garant voor het voldoen aan alle voorwaarden die u als raad hebt verbonden aan de verkoop van Beeckestijn.

Voordat u deze brief ontving hebben wij hem aangeboden aan de wethouder de heer v.d.Hulst. Hij deelde ons mee het een fantastisch voorstel te vinden, maar ook dat hij zich zou houden aan de door hem ingezette procedure. Dat betekent dat hij dit aanbod zal doorsturen naar de door hem kennelijk al aan het werk gezette makelaar Troostwijk. Welke opdracht de makelaar heeft gekregen is ons onbekend, maar wij vinden dat deze openbaar dient te zijn.

Ook de vele malen toegezegde verkoopbrochure waarin de voorwaarden voor verkoop zouden zijn opgenomen is niet verschenen. Geheimzinnigheid op dit punt roept het vermoeden op dat  aan de voorwaarden niet zo zwaar wordt getild als de verkoop veel geld kan opleveren. De wethouder heeft ons ooit gezegd dat hij speelde met de gedachte dat het landgoed ook in drie delen verkocht kon worden. Is die mogelijkheid ook opgenomen in de opdracht aan de makelaar. Wat komt er dan terecht van de voorwaarde van eenheid van huis en tuin?

Vrijdag en zaterdag was Beeckestijn bezet door een groep vrijwilligers. Zij wilden daarmee protesteren tegen de voorgenomen sluiting van het museum. De burgemeester en de heer van der Hulst, naar Beeckestijn gekomen om met de bezetters te spreken, gaven aan dat zij niets konden doen om het sluiten te voorkomen. De beslissing daarover lag en ligt bij de gemeenteraad. Daarom ons verzoek: houdt het museum open tot de nieuwe eigenaar bekend is, zeker als zich onder de belangstellenden kopers bevinden die het museum opgewaardeerd in stand willen houden.

Aan sluiten zijn ook kosten verbonden. Ik noem materiele kosten als de ontmanteling van het museum (volgens deskundigen uitgesloten om dat in 3 maanden te realiseren), onderhoud en beveiliging van het leegstaande pand, enz.  Het is vreemd dat deze kosten niet bekend zijn in relatie tot de ingeboekte bezuiniging, zodat onbekend is wat de sluiting nu eigenlijk opbrengt. Er zijn ook immateriële kosten, zoals het afhaken van de vrijwilligers, het stopzetten van de onderwijsprogramma’s aan basisscholen en het ontstaan van een beeld dat de gemeente Velsen niet veel waarde hecht aan cultureel erfgoed.

U moet zich realiseren dat de op dit punt negatieve landelijke publiciteit begon op het moment dat bekend werd dat het museum per 1 november j.l. zou dicht gaan. Vanaf dat moment kijkt de museum- en erfgoedwereld mee, zoals onder andere blijkt uit de twee recent aan u gezonden brieven van de Bond Heemschut en het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Wij houden dus een sterk pleidooi het museum niet te sluiten op 1 januari en terug te komen op het in de zomer genomen besluit tot sluiting, zeker nu een oplossing voorhanden is.

Wat betreft de betrokkenheid van de vriendenstichting (ook aan de orde tijdens het bezettingsgesprek) heeft de wethouder toegezegd dat wij de mogelijkheid krijgen advies uit te brengen over de kopers die zich hebben aangediend. Daar houden wij hem aan. Liever zagen wij echter dat er eerst in gesprek werd gegaan met de door ons aangedragen combinatie en dat de makelaar zijn activiteiten tijdelijk opschort.

Tot slot: de wethouder stelt dat hij ons steeds op de hoogte heeft gehouden. Dat is waar. Hij heeft ons vaak achteraf gezegd wat voor stappen hij deed, maar dat was  weinig. Hij deelde mee wat hij kwijt wilde hetgeen overigens zijn volste recht is. Maar daarmee moet niet de indruk gewekt worden dat de vrienden nauw betrokken of goed geïnformeerd waren.