Visie Vrienden op toekomst van Beeckestijn

De Vrienden van Beeckestijn blijven zich onverminderd inzetten voor behoud en publieke toegankelijkheid van Beeckestijn. Om in gesprekken met derden duidelijk te maken wat wordt nagestreefd, is door het bestuur een toekomstvisie aan het papier toevertrouwd. De Vrienden zetten in op voortzetting van de museale functie in het hoofdgebouw en hebben een uitgesproken voorkeur voor een combinatie van opnieuw ingerichte stijlkamers en een permanente tentoonstelling over tuinarchitectuur.

Notitie ‘een ander Beeckestijn’

verkennende gedachten over een nieuwe museale invulling

Beeckestijn is feitelijk een museum op zich. De eenheid en wisselwerking tussen tuinen en gebouwen kan zonder overdrijving uniek cultureel erfgoed worden genoemd. Een bezoek aan de historische buitenplaats blijft bijzonder, maar krijgt een extra dimensie door het publiek op een eigentijdse manier te informeren over wat er te zien is en wat het landgoed zo bijzonder maakt.

Tot voor kort werd de museale functie ingevuld door het hoofdgebouw voor publiek toegankelijk te maken. Op de begane grond waren stijlkamers ingericht, om zo een indruk te geven over het leven op een buitenplaats in de 18e eeuw. Op de eerste verdieping was gelegenheid voor wisselexposities met thema´s, die vaak een historie dimensie hadden en daardoor een relatie met Beeckestijn.

Het museum werd geëxploiteerd door de gemeente. Er moest geld bij en daarom is uiteindelijk besloten het te sluiten en de complete buitenplaats te verkopen. Plannen om het gebouw anders in te richten en er ondermeer een Nationaal Tuinmuseum onder te brengen, zijn door de politiek niet opgepakt. Nu de buitenplaats een nieuwe eigenaar krijgt, is een discussie over zo´n museale invulling weer actueel.

Een initiatief voor een doorstart van een ander museum hoeft niet van de gemeente te worden verwacht. Dat moet bij anderen vandaan komen. De Vrienden van  Beeckestijn willen daar graag aan meewerken, dat zal niemand verbazen. Eerder hebben we ons al sterk gemaakt voor het idee er museaal veel meer met de tuinen te doen.

Zeker nu verschillende kandidaat kopers aangeven dat een deel van het complex beschikbaar komt voor een museale invulling, willen we ondubbelzinnig laten weten dat de Vrienden met hun vrijwilligers voor huis en tuinen in woord en daad hun diensten aanbieden.

De jarenlang durende onzekerheid en voortslepende discussie over de toekomst van Beeckestijn heeft onmiskenbaar een negatieve invloed gehad op de kwaliteit van het museum. Ideeën voor verbeteringen waren er genoeg, maar de ruimte om die uit te voeren ontbrak. De kritische kanttekeningen zijn geen verwijt aan het betrokken museumpersoneel. In tegendeel, we maken nog graag gebruik van hun ervaring en adviezen.

In de oude situatie lag het accent erg op de stijlkamers. Voor een toelichting op de tuinen moesten de bezoekers zich behelpen met een folder en een informatiebord op de wildwal halverwege het park. Niet zonder reden waren er plannen voor een Nationaal Tuinmuseum. Dat unieke, dat onderscheidene is onvoldoende uitgebuit in het verleden en verdient een meer prominent plaats in een nieuwe opzet.

Een vaak gehoord kritiekpunt is dat je op museum Beeckestijn snel was uitgekeken. Er viel niet genoeg te beleven. Door de tuinen meer bij de museale invulling te betrekken, wordt een bezoek aan de buitenplaats een stuk interessanter. Ook voor mensen publiek van buiten de regio. Het verhaal achter de tuinaanleg is immers nationaal en zelfs internationaal van belang.

Kern van het museum kan natuurlijk het hoofdgebouw met de stijlkamers blijven. Dat moet ook op niveau en historisch verantwoord worden heringericht. Bij voorkeur onder regie van het Rijksmuseum. Omdat de begane grond in het hoofdgebouw vermoedelijk ook voor representatieve en commerciële doeleind ingezet moeten kunnen worden, verlangt zo´n herinrichting een afgewogen en doordacht plan.

Door de tuinen nadrukkelijker bij de museale presentatie te betrekken, blijft Beeckestijn de educatieve waarde houden behouden voor het lokale onderwijs. De vrijwilligers zullen met plezier hun werk blijven doen en ook de living history-groep  kan blijven optreden. Voor zo´n tuinconcept lopen veel mensen warm.

Net als op de buitenplaatsen van de National Trust in  Engeland doen zich nieuwe mogelijkheden voor op het gebied van verkoop van zaden, stekken en tuinplanten. Dat zal de buitenplaats aanzienlijk verlevendigen en meer bezoekers trekken. Moderne audiovisuele  communicatiemiddelen maken een compacte presentatie mogelijk. Het moet zelfs kunnen bezoekers met koptelefoons op in de tuinen rond te leiden.

In de filosofie van deze aanpak past ook een verdere restauratie van de tuinen met een oranjerie, menangerie met exoten en een dwaalbos (doolhof) voor de kinderen. Velsen kan zichzelf daarbij op termijn een originele en historisch verantwoorde toeristische attractie bezorgen. Een hoogwaardige accommodatie, die veel bezoekers zal verrassen.

Uiteraard bepaalt de nieuwe eigenaar uiteindelijk welke ruimte een nieuw Museum Beeckestijn wordt gegund. De doelstelling voor een combinatie van stijlkamers en een tuinmuseum is ambitieus. Wellicht moet de uitvoering van zo´n beoogde aanpak in fasen worden uitgevoerd. Het is logisch dat een voltooiing van de restauratie en de herbouw van een oranjerie, hoe gewenst ook, niet op korte termijn kunnen worden verwezenlijkt.

De Vrienden willen daarentegen dat de buitenplaats en het hoofdgebouw snel hun publieke functie terugkrijgen en Beeckestijn blijft leven voor iedereen die belang stelt in het behoud van dit unieke culturele erfgoed.