De gemeenteraad van Velsen wil er zeker van zijn dat de makelaar, die de verkoop van Beeckestijn voorbereidt, de kandidaat-kopers goed duidelijk maakt dat de buitenplaats alleen in handen kan komen van een partij die de publieke toegankelijkheid garandeert en het cultureel erfgoed veilig stelt. Tijdens een urenlang raadsdebat gisteravond bleek dat niet iedereen daar gerust op is.
Om uiteenlopende redenen besloot een grote meerderheid van de raad de op 1 januari geplande sluiting van het museum uit te stellen tot duidelijk is wat de toekomstplannen van een nieuwe eigenaar zijn. De Vrienden van Beeckestijn hadden dat gevraagd, omdat daarmee de kans op een museale functie in de toekomst groter is.
Op verzoek van Groen Links en D66 was er een debat over Beeckestijn. Ook schriftelijke vragen van de Partij van de Arbeid over de vorderingen rond de verkoop van de buitenplaats kwamen aan de orde. Voor de oppositiepartijen duurt het allemaal veel te lang. Er is ook kritiek op de manier waarop Beeckestijn-wethouder GertJan van der Hulst de raad bij de hele gang van zaken betrekt.
De wethouder was niet gevoelig voor de verwijten die hem worden gemaakt. Hij vertelde dat er vertraging is opgetreden door een wethouderswisseling en de juridische zorgvuldigheid die moet worden betracht bij de procedures. Er zijn financiële risico’s en de keuze voor erfpacht in plaats van verkoop kostte meer tijd. Nu de buitenplaats niet echt wordt verkocht en de gemeente juridisch eigenaar blijft, kan volgens de wethouder beter worden toegezien op de naleving van de voorwaarden voor het gebruik en de inrichting van de buitenplaats.
De wethouder heeft in zijn beleving steeds gehandeld naar de opdracht van de gemeenteraad en heeft het daarom niet noodzakelijk gevonden vaker te overleggen. Het was voor hem een tegenvaller dat hij er niet in geslaagd is het met horeca-exploitant Van Bommel over uitkoop eens te worden. Dat kostte ook tijd en leidt uiteindelijk tot een gerechtelijke procedure. De horeca-exploitatie kan als gevolg daarvan vooralsnog niet bij de verkoop worden betrokken.
Van der Hulst benadrukte steeds dat uiteindelijk de raad beslist. Hij heeft de ingehuurde makelaar opdracht gegeven de kandidaat-kopers vooral te vragen naar de plannen die ze met de buitenplaats hebben. Het bedrag dat ze voor Beeckestijn willen betalen, is voor hem van nevengeschikt belang. De makelaar maakt geen keuzes. Alleen de echt niet-serieuze kandidaten worden de raad niet voorgelegd.
Op het verzoek het museum langer open te houden, reageerde de wethouder laconiek. Het was tenslotte de raad zelf geweest die het college had gevraagd dat zo snel mogelijk te sluiten. Nu er een groep kandidaat-kopers is die aan open houden van het museum denkt, wilde de politieke partijen daar wel op terug komen.
Veel enthousiasme was er voor de kopers die de Vrienden aan tafel hebben gekregen: Hendrick de Keyser, Natuurmonumenten, het Noord-Hollands Landschap en het Rijksmuseum. Zowel het college van burgemeester en wethouders, als de gemeenteraad hopen op een goed plan vanuit die hoek. De wethouder zegde opnieuw toe dat de Vrienden bij de voordracht van de kandidaat-kopers geconsulteerd zullen worden.
De feitelijke inschrijving voor de verkoop begint op 1 december. Voor de feestdagen moeten alle plannen binnen zijn. Half januari ligt alles bij de notaris. Eind januari volgt een discussie in de raad. Daar wordt de keuze gemaakt.
Een motie van D66 en Groen Links om de hele verkoopprocedure op te schorten en eerst te gaan praten met de kandidaten die de Vrienden hebben aangedragen kreeg geen steun. De VVD wil met meer partijen kunnen onderhandelen en de anderen willen geen nieuwe vertragingen in de procedure.
De Vrienden zijn positief over de uitkomst van de raadsvergadering. Het museum krijgt een kans, de voorwaarden worden scherp bewaakt en ze worden in ieder geval rechtstreeks en vooraf betrokken bij de selectie van kandidaten voor de verkoop.
