Voor de introductie van de cursus Nederlandse Tuinkunst is de onderstaande inleiding geschreven.
Introductie
Nederland staat al eeuwen bekend om zijn door mensen gemaakt landschap. De mooiste en meest fascinerende plekken in dit cultuurlandschap zijn zeker tuinen en parken. De cursus Nederlandse tuinkunst neemt u mee op een cultuurhistorische reis door de tijd. Aan de hand van historisch beeldmateriaal verplaatsen we ons in de besloten tuinen van de middeleeuwen, de grootse geometrische parken van het classicisme, de ideale natuurbeelden van de achttiende- en negentiende-eeuwse landschapstuin en de uiteenlopende creaties van de Jongere tuinkunst tot op heden.
We zullen zien dat de Nederlandse tuinkunst zich niet in isolement ontwikkelde. Nederlandse tradities werden verrijkt en getransformeerd onder invloed van ontwikkelingen in Italië, Frankrijk, Duitsland en Engeland. De Nederlandse tuinkunst wordt dan ook gepresenteerd in het licht van internationale ontwikkelingen op tuingebied.
De cursus is opgezet als kunsthistorisch overzichtscollege en gaat met name in op de vormgeving van tuinen. Kunsthistorische of botanische voorkennis is niet nodig. De laatste bijeenkomst is gereserveerd voor een excursie. Hierbij wordt dé cruciale ommezwaai in de tuingeschiedenis belicht, de overgang van de geometrische tuin naar de landschapstuin. En die is in Nederland nergens beter te zien dan in Velsen, op de buitenplaatsen Beeckestijn en het naburige Velserbeek.
De cursus vindt plaats in de inspirerende sfeer van de buitenplaats Beeckestijn, Rijksweg 134, 1981 LD Velsen-Zuid. Hier mogen we gebruik maken van de vaste tentoonstelling van het Podium voor Tuin- en Landschapscultuur.
Inhoud college
1. Inleiding
* De plek van tuin en park in het cultuurlandschap. Een rondleiding door de tentoonstelling op buitenplaats Beeckestijn.
Op een maquette van een deel van Kennemerland kijken we naar een reeks van projecties van de verschillende stappen van het in cultuur brengen van het landschap. We zien hoe het landschap zich in de 17de en 18de eeuw heeft ontwikkeld tot buitenplaatslandschap, en van buitenplaatslandschap tot het landschap dat we nu kennen. In een korte film komt bovendien de ontstaansgeschiedenis van de buitenplaats Beeckestijn aan de orde.
* Hoorcollege: tuinkunst van de Middeleeuwen
In het eerste hoorcollege houden we ons bezig met de middeleeuwse siertuin in Noord-Europa. We zien dat de tuin als besloten tuin binnen veilige muren was aangelegd en in zijn vormgeving vooral diende voor het verpozen in nabijheid van het huis
2. De geometrische traditie
* Tuinkunst tussen 1500 en 1750: Renaissance, Classicisme, Régence, Rococo
In het tweede hoorcollege zien we hoe de mens onder invloed van de Renaissance het spel tussen kunst en natuur een centrale rol in zijn tuin toebedeelt en in het maniërisme van de tuin een soort van wonderkamer maakt.
In de volgende fase, het zeventiende-eeuwse Classicisme, maakt de aaneenschakeling van de kleine kamers in de tuin plaats voor het grootse gebaar, voor meer overzichtelijkheid en een monumentale ordening van huis en tuin in één geometrisch systeem.
In het begin van de achttiende eeuw, in Régence en Rococo, verbrokkelt de grote geometrische ordening in kleine, nog steeds geometrische substructuren. In de hakhoutbossen duiken stijve slingerpaden op, voorboden van de grote omwenteling in de tuinkunst na 1750
3. De landschapstuin
* Tuinkunst tussen 1750 en 1860
In het derde hoorcollege zien we hoe in de tweede helft van de 18de eeuw de zichtbare ordening van de tuin in geometrische vormen op de achtergrond treedt en de vormgeving in ideale natuurvormen zijn intrede houdt in tuin en park. Deze nieuwe tuin, de landschapstuin, ontwikkelt zich in de loop van de 18de eeuw in Engeland; Engelse tuin en landschapstuin blijven heel lang synoniemen. De landschapstuin markeert een nieuwe era in de verhouding tussen mens, tuin en park: na eeuwen van geometrische ordening moet nu de natuur voorbeelden leveren voor de vormgeving. In Nederland zijn de parken van Beeckestijn en Velserbeek goede voorbeelden voor de ontwikkeling van de landschapstuin.
4. Jongere tuinkunst
* Tuinkunst tussen 1860 en nu
Zoals kunst en cultuur in het algemeen, komt ook de tuinkunst eind 19de/ begin 20ste eeuw terecht in een stroomversnelling. Geometrische en landschappelijke concepten wisselen elkaar af, het etaleren van inheemse natuurbeelden in Heemparken en het gebruik van groen voor sport en recreatie krijgen grote aandacht. Eind van de 20ste eeuw houden steeds meer harde materialen als steen, beton en staal hun intrede in de tuin en spelen vragen als het bestand zijn tegen vandalisme, onderhoudsarme invulling en sociale veiligheid een grote rol.
5. Excursie
* De buitenplaatsen Beeckestijn en Velserbeek te Velsen-Zuid.
Tijdens de excursie van ca. 3 uur wandelen we door de parken van Beeckestijn en Velserbeek en kijken we naar dé grote omwenteling in de tuingeschiedenis: de overstap van geometrische naar landschappelijke tuinkunst.
De data zijn op de volgende woensdagen in maart en april 2012:
14-3, 21-3, 28-3, 4-4 en -excursie Beeckestijn en Velserbeek buiten- 11-4.
Tijd: 10 uur tot 12.30 uur. Meer informatie bij HOVO Alkmaar

