Bezwaren tegen voorontwerp nieuw bestemmingsplan

De Vrienden van Beeckestijn zijn van mening dat het ‘voorontwerp bestemmingsplan Driehuis en Velsen-Zuid’ de toekomstplannen voor de buitenplaats in de weg zit. Daarom is daar –ook namens Natuurmonumenten en de Vereniging Hendrick de Keyser- formeel bezwaar  tegen aangetekend. Gevraagd wordt het voorstel aan te passen.

De letterlijke tekst van de brief aan het college luidt als volgt:

 

Geacht College,

Ondergetekenden hebben kennis genomen van het ten behoeve van de inspraak ter visie liggende ‘Voorontwerp bestemmingsplan Driehuis en Velsen-Zuid’ waarin de toekomstige bestemmingen voor het terrein en de opstallen van Beeckestijn zijn opgenomen. Na de verwerking van de inspraakreacties en het buitengemeentelijk overleg zal in de late herfst van dit jaar het ontwerp door u aan de gemeenteraad ter vaststelling worden voorgelegd. Ook in het stadium vóór die definitieve vaststelling kunnen nog bedenkingen worden ingebracht, maar het leek ons zinvol u nu al op enige zaken te wijzen.

Wij hebben ten aanzien van twee aspecten van het voorontwerp opmerkingen waarover wij graag met u in nader overleg treden. Daarmee kan worden voorkomen dat in de nabije toekomst weer herzieningen of ontheffingen nodig zijn. In de achterliggende periode heeft bij de onderhandelingen over de overdracht van Beeckestijn het uitnutten van de cultuur historische waarde van het complex terecht een belangrijke rol gespeeld. Ondergetekenden hebben aangegeven dat dit het best gerealiseerd kan worden met de oprichting van een “tuinmuseum” op Beeckestijn. Immers alleen dan is een integraal cultureel historisch gebruik van zowel park als opstallen aan de orde.

In dat kader zijn wij van oordeel dat in het algemeen de bestemming Bos & Park in haar voorgestelde uitwerking te zeer de mogelijkheden beperkt om de door ons voorgestane duurzame herrijzenis en consolidatie van Beeckestijn gestalte te geven.

In artikel 7 wordt aangegeven wat in de bestaande gebouwen en op het terrein wordt toegestaan. Op plankaart 6 wordt voor één gebouw een specifieke bestemming opgenomen: het kapelletje zou uitsluitend mogen worden bewoond. In het zuidelijk koetshuis zou tevens lichte horeca mogelijk zijn. In dit bijgebouw, in het hoofdgebouw en in het andere koetshuis mogen kantoren, dienstverlening en maatschappelijke functies worden ondergebracht. Deze beperkingen van bestemmingen tot specifieke gebouwen verhinderen een flexibel gebruik van de bestaande opstallen en wij kunnen ons dan ook absoluut niet vinden in deze voorstellen.

In de eerste plaats wordt het gebruik van het terrein erg ingeperkt. Het tot stand brengen van een tuinmuseum staat centraal in onze intenties. De nu voorgestelde bestemming zou de mogelijkheden van realisatie van dit tuinmuseum beperken tot de binnenruimten van het hoofdgebouw en de beide koetshuizen. Het is echter juist het terrein dat naar vorm en inhoud het museum duurzaam moet dragen. Daarmee zou het conserverende doel van de bestemming bij uitstek worden ondersteund.

Wij geven u daarom in overweging over te gaan tot een nader in te vullen beschrijving van het totale terrein als museale buitenruimte (eventueel inclusief Middeloo als archeologisch Rijksmonument dat kan worden geïntegreerd in de museale opzet) en voorts de bestemmingen kantoren, dienstverlening, maatschappelijke functies, horeca en wonen van toepassing te verklaren op alle opstallen.

Op de tweede plaats zijn wij van oordeel dat het voorontwerp specifiek te star is in zijn conserverende consequenties wat betreft de bebouwing van de buitenplaats Beeckestijn. Het plan laat hierbij ook een innerlijke tegenstrijdigheid zien. In hoofdstuk 3, het Beleidskader, wordt onder 3.3.2. de Nota Belvedère aangehaald waarin wordt gesteld dat behoud door ontwikkeling een van de belangrijkste uitgangspunten is van het Belvedèrebeleid.

Her en der in het voorontwerp, vooral in de hoofdstukken 5 en 6, wordt ook gewezen op de noodzakelijke flexibiliteit om passende ontwikkelingen mogelijk te maken. Haaks daarop staat echter bij de Bestemmingsbepalingen, onder Artikel 7.2.1.a., nadrukkelijk: “Het aantal gebouwen dat ten tijde van de tervisielegging van dit plan aanwezig was mag niet worden vermeerderd of in omvang worden verruimd.”

Dit mag dan gelden voor het totaal van de landgoederen in het plangebied, maar in feite wordt hiermee de mogelijke voltooiing van de restauratie van de tuinen van Beeckestijn, die is ingezet in de jaren negentig, wat betreft de bijbehorende bouwkundige objecten onnodig gedwarsboomd.

Wij stellen u daarom voor in het bestemmingsplan alleen voor Beeckestijn aan te geven dat het is toegestaan reconstructies op te richten van de cultuurhistorische objecten volgens ‘de kaart van Michael’ en latere vergelijkbare gebouwen. Het gaat om bouwwerken zoals de triomfboog, de oranjerie, de menagerie, de kluizenaarshut  en de tuinmanswoning. Deze laatste woning met de bijbehorende tuin zou overigens volgens de ‘kaart van Michaël’ buiten de voorgestelde plankaartgrens van Beeckestijn liggen. De oranjerie staat niet op de ‘kaart van Michaël’, maar was nog tot 1957 aanwezig in de tuin.

Sommige objecten kunnen exact op hun oorspronkelijke locatie en in hun historische gedaante worden hersteld, andere zullen elders hun plaats en een andere vorm moeten vinden tengevolge van de historische ontwikkeling van het terrein. Ook zou kunnen worden toegestaan in deze geest cultuurhistorisch verantwoorde toevoegingen te doen. Voor de nieuw op te richten bouwwerken dienen naar onze overtuiging ook de bestemmingen kantoren, dienstverlening, maatschappelijke functies, horeca en wonen van toepassing te zijn.

Wij zijn er van op de hoogte dat in het recente verleden de hierboven omschreven tweede suggestie voor het mogelijk maken van de cultuurhistorische reconstructies ook al is gedaan bij de discussie rondom het vaststellen van het Beheerplan voor Beeckestijn. Omdat de gemeente destijds als eigenaar en beheerder geen mogelijkheid zag de nog ontbrekende objecten in de nabije toekomst te realiseren, werd het wijzigen van het bestemmingplan in de voorgestelde richting niet opportuun geacht. Bestemmingen vereisen economische uitvoerbaarheid, anders zijn zij zinloos.

Met de aanstaande overdracht van de buitenplaats zal het perspectief voor de economische uitvoerbaarheid ingrijpend veranderen. De realisatie van alle hierboven gesuggereerde bestemmingen komt daarmee binnen de horizon.

De toekomstige eigenaren, tijdelijk de Dienst Landelijk Gebied en daarna de Vereniging Natuurmonumenten en de Vereniging Hendrick de Keyser, onderschrijven samen met de Stichting Vrienden van Beeckestijn nadrukkelijk het streven om de restauratie van de buitenplaats te voltooien volgens de ‘kaart van Michaël’ en de buitenplaats te transformeren naar een levend tuinmuseum met alles wat daar bij hoort. Meer nog: het herstel en eventueel toevoegen van cultuurhistorisch passende elementen en het mogelijk maken van het bijpassende flexibele gebruik van deze objecten en het terrein worden onontbeerlijk geacht voor exploitatie, beheer en conservering van het totale ensemble.

Het is de bedoeling dat onze plannen voor Beeckestijn in december van dit jaar openbaar zullen worden gemaakt. Het zou een goede zaak zijn als deze plannen en het vast te stellen bestemmingsplan niet alleen in tijd, maar ook naar inhoud en vorm goed op elkaar aansluiten.

In afwachting van uw reactie verblijven wij,
 Hoogachtend,

Mede namens  de Vereniging Natuurmonumenten en  de Vereniging Hendrick de Keyser,


Drs. J. Veltman,
Voorzitter van het Bestuur van de Stichting Vrienden van Beeckestijn.