Geschiedenis van Beeckestijn
De historie van de buitenplaats Beeckestijn gaat terug tot in de vijftiende eeuw. Van het vermoedelijk eerste huis, van Wouter van Beeckestijn (overleden in 1406), zijn slechts enkele tekeningen bekend. Datzelfde geldt voor het landhuis dat in de zestiende eeuw naar alle waarschijnlijkheid stond op de plek waar nu de linker voorkant van het landhuis zich bevindt. In diezelfde eeuw werden door de diverse eigenaren grote stukken omringend land aangekocht, die uiteindelijk, in 1716, in bezit kwamen van Jan Trip jr.
Dat was in de tijd dat de vooral rijke Amsterdammers in de zomermaanden massaal de stad ontvluchtten. Ondanks het relatief vele groen, dankzij de tuinen en de bomen langs de grachten en straten, kon het in de er zomers enorm stinken. De grachten, die ook als riool dienden, zorgden voor een zeer onaangename lucht. Ongedierte, maar ook zwermen muggen, zorgden voor veel overlast, zoals malaria. Vanaf begin april tot vaak laat in november verliet de hoofdstedelijke elite daarom graag haar statige grachtenpanden, om in een buitenhuis van frisse lucht, de schoonheid van het platteland en van de daar heersende rust te genieten.
Aanvankelijk stonden die buitenhuizen nog op loopafstand, zoals in de Watergraafsmeer, waar Frankendael een bekend voorbeeld van is. Later verrezen langs de Vecht, de Amstel en ten noorden van de stad in de drooggelegde Beemster chique buitens. Beeckestijn lag aan het Wijkermeer, een uitloper van het IJ. Trip, en de hem opvolgende eigenaren, konden vanuit Amsterdam met een zeilboot bij het landgoed aanmeren. Vooral Jan Trip jr. had veel ambities met het buitenhuis. Er verrees een nieuw hoofdhuis met bijgebouwen, er werd extra grond geworven om stijltuinen aan te kunnen leggen.
Toen, halverwege de achttiende eeuw, Beeckestijn vervolgens in handen kwam van Jan Jacob Boreel, begon het aan zijn glorietijd. Het herenhuis en de gebouwen langs het voorplein werden uitgebreid tot hun huidige aanzien. De tuin werd uitgebreid en verfraaid, onder meer met een eikenbos en twee rococo-vormige paden die daar naar toe leidden, met een colonnade aan het einde van de tuin die verwees naar een Romeinse triomfboog en met bloemperken in een Engels-Chinese stijl.
Een werkelijk stempel op de tuinaanleg ging vanaf begin 1760 de Duitse tuin- en landschapsarchitect J.G. Michaël drukken. Diens dochter zou later de eveneens van Duitse komaf zijnde J.D. Zocher huwen, onder meer beroemd geworden door zijn aanleg van het Vondelpark. Michaël zette in Beeckestijn de toon voor tuinen van tal van andere buitenplaatsen waarin een slingerende beek door afwisselend open en dicht begroeide plekken leidde en zo voor een gevarieerde reeks doorkijkjes zorgde.
Zijn ontwerp vormt een brug tussen de zeventiende-eeuwse tuinen, zoals die van het Paleis Het Loo en de echte landschapsparken uit de late achttiende eeuw, te vinden in bijvoorbeeld Elswout. Veel van dit ontwerp is nog terug te vinden, net als zes verschillende stijlfasen, variërend van het Hollands Classicisme tot de ingrepen in de twintigste eeuw van de befaamde tuinarchitect L.A. Springer. Veel van het ontwerp van Michaël is nog terug te vinden.
Het streven van de stichting Beeckestijn is er op gericht om de eerder door de gemeente Velsen in gang gezette restauratie tussen 2010 en 2022 uit te breiden en te voltooien. Elementen uit het ontwerp die in het verleden zijn verdwenen zullen worden teruggebracht. Ook de vegetatie wordt de komende jaren weer aangeplant zoals in de achttiende eeuw bedacht.
De restauratie moet bijdragen aan een veel betere presentatie van het eclectische karakter van de tuin, dat een staalkaart vormt van de tuin- en landschapsarchitectuur. In de woorden van hoogleraar tuin- en landschapskunde Erik de Jong, die als adviseur aan Beeckestijn is verbonden: ‘Het park van Beeckestijn heeft een rijke geschiedenis van aanleg en beheer die meer dan drie eeuwen omvat. Het park is daarom uitermate geschikt om chronologisch en thematisch de ontwerp-, gebruiks- en onderhoudsgeschiedenis van onze Nederlandse ontworpen landschappen te demonstreren en de omgang met natuur en landschap, of dat nu de achttiende of de 21ste eeuw betreft. In het bijzonder kan Beeckestijn de complexiteit van het omgaan met historisch groen erfgoed belichten’.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Stichting Projectrealisatie Beeckestijn,
Marieke Berendsen, kwartiermaker(06) 43 00 56 81
John Veltman, voorzitter bestuur Stichting(06) 557 14 860
